|
Het doel is niet belangrijk, maar de
weg er naar toe!
Op 22 april vertrok Reimer Bosma
(63, Franeker) om 9.00 uur vanuit de Sint Jacobsstraat in Leeuwarden
voor zijn wandeltocht naar het Spaanse Santiago de Compostela. Deze
van oudsher bekend staande pelgrimstocht hoopt hij eind juli te hebben
volbracht. Dan heeft Bosma ongeveer 2700 kilometer afgelegd. Wat heeft
hem bewogen om deze lange tocht te voet af te leggen? In elk geval is
niet het einddoel belangrijk. De cultuur en de historie van wat hij
onderweg tegenkomt boeien hem veel meer.
Als allround sporter heeft Reimer
Bosma al heel wat hoogtepunten bereikt. Hij wil echter nog één
belangrijke uitdaging aangaan: als vervent wandelaar –voor een
Elfstedentocht of Vierdaagse draait hij zijn hand niet meer om- wil
hij te voet naar Santiago de Compostela. Het plan daartoe is drie jaar
geleden ontstaan bij zijn afscheid als directeur van de katholieke
basisschool ‘De Kabas’. Dat het er nu pas van komt heeft diverse
oorzaken. “Het eerste jaar na mijn pensionering had ik thuis nog
allerlei klusjes te doen. Het tweede jaar had ik problemen met mijn
enkel. Mei vorig jaar kreeg ik het te pakken. In Vézelay, een
centraal punt op de pelgrimsroute in Midden Frankrijk, stond midden in
het landschap boven op een heuvel een prachtige kerk gebouwd. Daar
werd ik zeer door geraakt. ‘Ik ga het nu doen’, zei ik tegen mijn
vrouw Sophie.” Die was het met hem eens:”Als je dat echt graag
wilt, dan moet je dat doen”. Vanaf dat moment zijn de
voorbereidingen begonnen.

Hier nam Reimer Bosma de
beslissing: de kerk op een heuvel bij Vézelay. |
Ontdekkingstocht
Daarna begon een ontdekkingstocht rond de symboliek van Santiago de
Compostela. Internet was een belangrijke informatiebron. De grootste
verrassing was misschien wel de afstand. “Ik dacht dat het ongeveer
1500 kilometer zou zijn. Lopend blijkt de tocht 2700 kilometer lang te
zijn. Goede bergschoenen gaan 2500 kilometer mee. Ik heb nieuwe
gekocht en hoop dat ik het er op red, want ik neem geen reserve
schoenen mee.”
Het is ook niet te geloven wat er
allemaal is te verkrijgen op het gebeid van lange afstand lopen. Bosma
wil alles zo eenvoudig en goedkoop mogelijk houden. Dat betekent voor
hem wild kamperen waar mogelijk, zelf eten maken, zelf kleren wassen,
enzovoort. Zijn uitrusting mag maximaal veertien kilo wegen, twintig
procent van het eigen gewicht. Alles is lichtgewicht en wordt precies
afgewogen. Een schrift voor het maken van aantekeningen blijkt 91 gram
te wegen. Dat is te veel. “Ik denk dat het nog te zwaar is. Ik ga
nog een lichtgewicht schrift kopen. Als het vol is stuur ik het op.”
Om met het thuisfront te communiceren maakt Bosma gebruik van de
modernste technische snufjes. “Ik heb een mobieltje gevonden waar
van alles op zit. Behalve dat ik er mee kan bellen bevat het ook
internet, een fototoestel en een radio. Ik heb ook mijn eigen, meest
klassieke, muziek erop gekopieerd.” Zo heeft hij onder andere een
zwaar fototoestel uitgespaard. Om het mobieltje van stroom te voorzien
heeft Bosma een oplader op zonne-energie aangeschaft. Die heeft hij op
zijn rugzak bevestigd. Het heeft hem allemaal wel een aardige cent
gekost. “Hoe lichter hoe duurder, maar ik heb alles via Marktplaats
aangeschaft en dat scheelt.”

De pelgrimsroute van
Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela.
|
Route
De officiële start van de Nederlandse route is in Sint
Jacobiparochie. Bosma start in Leeuwarden. “Dat eerste
gedeelte is erg saai. Bovendien kan ik dat stuk wel
dromen.”
Het heeft ook te maken met het feit dat hij er niet in is
geslaagd in Sint Jacobiparochie een stempel voor zijn stempel
kaart te krijgen. “Er moeten daar drie stempel posten zijn.
Tijdens mijn poging een stempel te halen was de eerste locatie,
een café, gesloten. De volgende mogelijkheid was in een
pension. Daar was niemand te bekennen. Het laatste adres was al
lang niet meer actief.”
|
Bosma hecht aan cultuur en historie. Mede daardoor is de Sint
Jacobsstraat in Leeuwarden als startplaats gekozen. “In de
Sint Jacobsstraat zijn zeven putdeksels aanwezig. Daarop staat
“Campus Stella”, met op elk deksel een andere afbeelding van
een schelp. Dat heeft te maken met de legende van een slak die
een lange tocht gaat maken. De laatste schelp is het symbool van
Compostela. Op die Jacobsschelp lijken wegen naar één punt toe
te gaan.
Compostela is al vanaf het jaar
800 een Pelgrimsoord. Karel de Grote wilde een verenigd Europa
realiseren. Daartoe organiseerde hij vanuit alle landen een
vredesmars naar Compostela. De volken konden dan meer met elkaar
in contact komen en Karel hoopte dat ze elkaar niet meer de
hersens in zouden slaan.”
|

De Jacobsschelp |
Onverwachte reisgenoot
Bosma voelt zich op zijn tocht naar Compostela geen pelgrim of
vredesvechter. “Ik heb geen religieuze motieven. Een mooie
kerkdienst zal ik niet laten lopen, maar dat is geen doel op zich. Het
is vooral de verscheidenheid aan cultuur en historie onderweg die mij
boeit.” Daarvan kan hij genieten met een onverwachte reisgenoot.
Aanvankelijk zou Reimer Bosma de tocht alleen ondernemen. Tijdens een
trainingsweekeinde met volle bepakking kwam hij in een rustig gebied
tussen Holwerd en Dokkum een collega wandelaar tegen. Ze raakten aan
de praat en deze toen nog onbekende lotgenoot, Cees Verwolf uit
Lichtaard, zag wel iets in het initiatief van Bosma. Ze spraken af er
op een avond met beide echtgenotes erbij over te praten. “Het klikte
en we spraken af samen te gaan. Ieder neemt wel zijn eigen uitrusting
mee. Mocht het niet gaan of een van ons haakt af, dan kan ieder alleen
verder. Je hebt zo misschien wel minder contact met de mensen die je
tegenkomt, maar je kunt je onderweg ook aan elkaar optrekken.”
Overigens is hij speciaal voor het contact met de bevolking wel weer
Frans gaan studeren.

Reimer Bosma (r) en Cees
Verwolf, vlak voor hun vertrek in de Sint Jacobsstraat. |
Goede start
De eerste week is voor Bosma en Verwolf goed verlopen. Zwolle
was even een probleem. Ze hadden niet zoveel trek om voor een
slaapplaats helemaal om Zwolle heen te lopen. Contact met het
thuisfront over een camping loste het probleem voor hen op. Ze
liggen goed op schema. “We zijn rustig aan begonnen. We willen
ons niet direct over de kop lopen. Gemiddeld lopen we 20 tot 25
kilometer per dag.” Rustdagen zijn niet ingepland. “Wat moet
je zo’n dag doen! In rondhangen heb ik geen zin. Als we
onderweg iets interessants tegen komen gaan we dat bekijken,
maar we lopen er niet voor om.” |
Met zijn rijke loopervaring onder
diverse omstandigheden verwacht Bosma onderweg geen problemen tegen te
komen. “Ik zie het meeste op tegen situaties waarbij er thuis iets
mis is. Het moeilijkste voor mezelf is, vermoed ik, dat ik mijn vrouw
Sophie zo lang mis. We hebben wel de afspraak om op bepaalde tijden de
telefoon stand-by te hebben. En Sophie komt ons in Maastricht
opzoeken. We hebben dan ruim vierhonderd kilometer afgelegd.”
Doel
Mocht Santiago de Compostele niet gehaald worden, dan heeft Bosma niet
gefaald. “Het doel is niet belangrijk, maar de weg ernaar toe is
belangrijk, daar moet je van genieten! Als ik er na twee weken of een
maand helemaal tabak van heb, dan stop ik en ga ik terug. Ik verwacht
het niet, maar het zou kunnen. Het is niet mijn ultieme doel Santiago
te halen. Ik hoop het wel, maar dat staat niet voorop.”
Als Santiago wordt gehaald dan kan
Bosma een certificaat afhalen. Maar of hij dat ook doet is maar zeer
de vraag. “Dat soort dingen interesseren mij niet. Ik heb in mijn
leven een heleboel titels gewonnen met tafeltennissen, bridgen,
biljarten……, maar ik heb absoluut geen idee hoeveel. Ik heb alle
bekers ook weggegooid. Ik ben voor mijzelf meer met de toekomst bezig,
dan met het verleden. Trofeeën zeggen me helemaal niets.”
Eenmaal in Santiago gaat Bosma zo
snel mogelijk weer terug. “Misschien blijf ik er nog een dag, maar
daarna stap ik op de trein naar huis.” Op dat moment denkt hij
waarschijnlijk nog wel even terug aan het cadeau dat hij bij zijn
afscheid van de leerlingen van de Kabas kreeg. “Van elke leerling
kreeg ik toen een gekleurd steentje. Daarvan kon ik onderweg steeds
eentje laten vallen, zodat ik altijd de weg terug kon vinden.”
|