|
Columns op deze
pagina mogen worden gedownload en/of gekopieerd en geplaatst in uw
eigen clubblad.
De redactie stelt daarbij als voorwaarde dat
U de volgende bron en auteur vermeld:
www.nwfregiosport.nl en www.brambrouwer.nl .
Tevens dient u de auteur per e-mail te
laten weten dat u het artikel plaatst. Voor elk ander gebruik is
toestemming van de auteur nodig.
2 oktober 2011
Vijf
maal zilver, een maal goud
Een sportpsychologische analyse
De
titel boven dit artikel geeft het aantal en de kleur van de
medailles weer, die Marianne Vos op het wereldkampioenschap
wielrennen op de weg voor dames (WK) behaalde. Een serie om jaloers
op te zijn. Marianne denkt daar waarschijnlijk anders over, na haar
vijfde zilver in Kopenhagen. Begrijpelijk als je eerder dit jaar
wint wat je wilt, in het veld, op de baan, in de sprint en in het
hooggebergte. Marianne is de compleetste renner(ster) – inclusief
de mannen – die ik ken. Maar waarom lukte het niet in het WK-2011.
Later mijn sportpsychologische analyse, eerst een beschrijving van
de wedstrijd.
Het
WK-2011 parcours in Kopenhagen was op het lijf geschreven van de
Nederlandse dames. En dat vonden niet alleen de Nederlanders. Alle
andere landenploegen lieten het initiatief in de race over aan
Nederland en dat wilde tot ver in de finale zijn kruid droog houden.
Slechts afstappers uit exotische wieleroorden en knullige
wielwissels zorgden voor afleiding. Dit veranderde toen met nog 33
km te rijden de Canadese Clara Hughes er alleen vandoor ging.
Iedereen keek naar de Nederlanders en die pokerden door ook niets te
doen. Wie beheerst zich het langst? Wielrennen in optima forma.
Hughes breidde haar voorsprong uit tot 43 seconden. De impasse in
het peloton bleef tot ver in de finale. Zelfs tv-commentator Maarten
Ducrot ging voorzichtig in Hughes kansen geloven. Met minder dan
tien kilometer te gaan vonden de Nederlanders het welletjes. Ze
positioneerden zich op de kop van het peloton en Hughes voorspong
nam snel af.
In
de verwachting dat anderen het op gang gebrachte initiatief zouden
overnemen, lieten de Nederlandse dames zich even terug zakken om
zich op de echte finale voor te bereiden. Het peloton waaierde
opnieuw breed over de weg en de voorsprong van Hughes nam weer toe.
De niet-Nederlanders dachten iets in de trend van: “Als jullie
Nederlanders willen dat jullie
Vosje wint, dan moeten jullie
Hughes terughalen”. Nederland nam snel het heft weer in handen en
ongeveer drie kilometer voor de finish werd Hughes ingerekend. De
echte finale kon beginnen.
Hoewel
het terughalen van Hughes de Nederlanders de nodige energie koste,
was er nog vrouwkracht over om Marianne naar de streep ´te brengen´.
Dit illustreert de kracht van het Nederlandse team. In iedere andere
wedstrijd zou Vos zondermeer gewonnen hebben. Maar nu niet.
Luchtbeelden van de sprint lieten zien dat ze steeds net iets te
laat reageerde. Ze werd ingesloten en kreeg zelfs een schouderduw.
Desondanks won ze zilver, met een half wiel te kort voor goud. Ze
was veruit de beste, maar te laat. Hierna geef ik mijn analyse
waarom de Nederlandse tactiek vrijwel altijd werkt, maar niet in dit
WK.
Als
sportpsycholoog adviseer Ik meestal om belangrijke wedstrijden –
zoals een WK – zoveel mogelijk als een belangrijke maar verder
normale wedstrijd te benaderen. Focussen op een WK, kan te veel spanning creëren en dat beïnvloedt het wedstrijdresultaat
veelal negatief. Het Nederlandse damesteam in Kopenhagen hield zich
hier perfect aan. Toch ging het mis. Waarom? De Nederlandse ploeg
had namelijk iets bijzonders: de uitgesproken favoriet die echter in
het WK al vier keer was afgetroefd op haar specialiteit. Dat speelt
in de finale onvermijdelijk een rol in het hoofd van die favoriet,
ook als die Marianne Vos heet. Dat is geen kritiek op Marianne, maar
slechts de vaststelling dat ze een mens is. Bij mensen gaat dat zo.
In
sprintfinales van wielerwedstrijden krijgt een renner(ster) slechts
fracties van seconden om op tegenstanders te reageren. Eén
gedachteflard als ‘het zal toch niet weer …’, is dan voldoende
om te zorgen dat het gaatje waarin ze hun wiel moeten drukken – om
bijvoorbeeld niet ingesloten te raken – weer dicht is. Dit soort
‘net te laat’ reacties waren precies wat we in de luchtbeelden
van de WK sprint in Kopenhagen bij Marianne zagen. Natuurlijk was
zij, met haar kwaliteiten, in staat zich aan het gedrang te
ontworstelen, maar kwam daardoor een half wieltje te kort voor goud.
Op NU-sport.nl zegt ze: “Ik liet me insluiten.” Vos had iets
meer steun van de ploeg nodig dan normaal. Maar die had haar kruit
grotendeels verschoten bij het elimineren van Hughes. In iedere
wedstrijd was dat geen probleem geweest. In Kopenhagen moest
Marianne echter niet alleen afrekenen met haar directe tegenstanders
in de race, maar ook met historische tegenstanders in haar hoofd.
Die hadden haar eerder vier maal WK-zilver bezorgd. Daardoor had ze
meer steun nodig dan anders, maar die was niet meer beschikbaar.
Door iets minder te pokeren toen Hughes wegreed had de ploeg die
steun mogelijk wel kunnen geven.
Het
probleem is dat Marianne er volgend jaar in het WK-2012 in
Valkenburg opnieuw een sterke tegenstander bij krijgt: haar tweede
plaats in Kopenhagen. En omdat historische tegenstanders altijd
perfect samenwerken, worden ze steeds sterker. Met iedere tweede
plaats neemt de kans op een nieuwe tweede plaatst toe. Die vicieuze
cirkel moet doorbroken worden. Daar kan een goede sportpsycholoog
een belangrijke rol bij spelen. Ook voor toppers als Marianne Vos is
het geen schande een sportpsycholoog, te consulteren. Het is eerder
een bewijs van professionaliteit. Sportpsychologen werken niet met
watjes, maar met sporters die hun sport serieus nemen.
Drs.
Bram Brouwer
(sport)psycholoog en mediator
|