|
19 februari 2006:
Het doet niet zeer en het jeukt ook niet
FRANEKER - Deskundigen beweerden dat er, statistisch gezien,
gunstige voortekenen waren voor een strenge winter 2005/2006. Het is
er (nog) niet van gekomen. De strenge vorst vanuit Oost Europa is
voorlopig in Duitsland blijven steken. Toch kan het onverwacht nog
snel veranderen. Wiebe Lageveen, de in december 2005 afgetreden
secretaris van de Stichting IIswegensintrale Frjentsjerteradiel,
weet er over mee te praten. In 1985 vertrok hij begin februari voor
een paar weken wintersport naar Oostenrijk. Er waren geen
voortekenen die er op wezen dat het snel zou gaan vriezen, laat
staan dat een elfstedentocht in aantocht was. "Toen we weg
gingen was er nog niets aan de hand. Binnen een paar dagen was het
daarna winter. Zo streng zelfs, dat voor het eerst sinds 1963 weer
een Elfstedentocht georganiseerd werd. Ik vond het heel spijtig dat
ik dat niet kon meemaken."
In de provincie Friesland zijn 22 ijswegencentrales actief. Deze
zijn verenigd in De Friesche IJsbond. De IJsbond is in 1886
opgericht. In de jaren 1930 zijn de ijswegencentrales opgekomen.
Tezamen vormen ze tegenwoordig een organisatie die zich ten doel stelt het recreatieve
schaatsen te bevorderen. Dit doen ze in hoofdzaak door het aanleggen
en onderhouden van veilige ijsroutes op de waterwegen en door het
organiseren van toertochten. De ijswegencentrales worden ook actief
betrokken bij de organisatie van een Elfstedentocht. In noordwest
Friesland zorgen de IJswegencentrales van Harlingen, Franekeradeel,
Het Bildt en Menaldumadeel daarvoor.
De IJswegencentrales zijn vlak na de Tweede Wereldoorlog in een
stichtingsvorm gegoten. Op die manier is baanvegers en andere
vrijwilligers een officiële status gegeven.
IIswegensintrale Frjentsjerteradiel
Wiebe Lageveen is van 1979 – 2006 secretaris van een
IJswegencentrale geweest. In 1979 werd hij als directeur
Gemeentewerken Barradeel in het stichtingsbestuur gekozen. Het
hoorde bij zijn gemeentelijke taak. "In de statuten van de
stichting is vastgelegd dat de gemeente twee mensen aanwijst. Lange
tijd waren het standaard de Burgemeester en de directeur Gemeentewerken." Na de gemeentelijke herindeling in 1984 is Lageveen
ook bij de IIswegensintrale Frjentsjerteradiel secretaris geworden.
"Dat was op verzoek van de gemeentesecretaris van Franekeradeel."
Op 3 december 2005 is Wiebe Lageveen na 26 jaar teruggetreden als
secretaris. Bij zijn afscheid is hij op voorstel van voorzitter
mevrouw Marian Haveman benoemd tot erelid. "Daar was ik wel
even stil van. Het doet niet zeer en het jeukt ook niet. Maar het is
wel een teken van waardering voor wat je ervoor gedaan hebt."
|
In zijn bestuursperiode is er veel veranderd. De machinale
bewerking van het ijs heeft het werk voor vrijwilligers een
stuk lichter gemaakt. Uiteraard is het daarmee ook veel
gemakkelijker er een baan door te krijgen en schoon te houden.
Een andere verandering betreft de verzekering. "Ik was
er achter gekomen dat de verzekering van de medewerkers via De
Friesche IJsbond alleen voor zelfstandigen gold. Medewerkers
die een baan hadden vielen op hun baas terug. Werklozen waren
helemaal niet verzekerd."
Door toedoen van Lageveen is bij elke Friese IJswegencentrale
nu alles en iedereen verzekerd. Als er geen winter is geweest
hoeft er zelfs geen premie betaald te worden. |

|
Toertochten
Is er premie betaald, dan heeft er ijs in de sloten en vaarten
gelegen. Dan zijn er tochten verreden. IIswegensintrale
Frjentsjerteradiel organiseert de Toertocht van Franekeradeel over
25, 50 en 75 kilometer. Twee ijsclubs organiseren onder auspiciën
van de IIswegensintrale de Franeker-Berlikum-Ried tocht over 20 en
40 kilometer. Daarnaast is het betrokken bij tochten vanuit
buurgemeenten.
|
Verenigingen kunnen ook tochten organiseren. "Die
horen bij de ijswegencentrale advies te vragen over de
betrouwbaarheid en de aan te vragen vergunning. De
ijswegencentrale coördineert data en locaties van dergelijke
tochten om te voorkomen dat er onderlinge concurrentie
is." De betrouwbaarheid van een ijstocht is te herkennen
aan het waarmerk, zoals dat in advertenties wordt getoond.
De betrouwbaarheid van het ijs wordt niet alleen bepaald door
de ijsdikte. "De ijsdikte alleen zegt niets over de kwaliteit
en onder
welke omstandigheden het ijs erin is gekomen. Het ijs is ook
niet overal even dik." |

‘waarmerk’ |
Elfstedentochten
Wiebe Lageveen is in de periode dat hij secretaris was van de
ijswegencentrale bij twee van de drie laatste Elfstedentochten
betrokken geweest. In 1985 moest hij verstek laten gaan door een
wintersportvakantie in Oostenrijk. "Het zat me wel hoog, maar
we hebben niet overwogen om terug te gaan. Het was ook niet
mogelijk, want we waren met een bus."
In 1986 kon de organisatie terugvallen op de ervaringen van een
jaar eerder. Dat was een groot voordeel. Om bijvoorbeeld pieken op
te vangen was materiaal achter de hand gehouden. "In 1986
kwamen op een onverwacht moment zulke grote aantallen schaatsers tegelijk op de stempelpost
bij het Elfstedenbruggetje, dat we grote drums als stempeltafel
verspreid op het ijs hebben
geplaatst om ze snel te kunnen verwerken."
Eigen ervaring
Bij de beoordeling van dergelijke situaties kon Lageveen putten
uit eigen ervaring als elfstedenrijder. Hij heeft de barre
elfstedentocht van 1963 geschaatst, op ‘houtjes’. Jammer genoeg
werd hij in Harlingen van het ijs gehaald.
Lageveen is 71 jaar geleden in Huizum geboren en na zijn studie
Weg- en Waterbouw aan de HTS-Leeuwarden in Spijkenisse beland. Zijn
sportactiviteiten begonnen met gymnastiek bij Quick Huizum. Lageveen
heeft ook volleybal gespeeld. Als er natuurijs lag, was Lageveen op
het ijs te vinden. Het rijden van een Elfstedentocht was de ultieme
uitdaging voor hem. De inschrijving voor de Elfstedentocht van 1963
was vrij tot op de dag vóór de start, voorinschrijving was nog niet mogelijk.
"Ik ben de dag voor de tocht 's middags laat uit Spijkenisse in
Leeuwarden aangekomen. Ik
kon daardoor pas om 8.00 uur starten. Het eerste deel tot Sneek
schoot niet echt op. Er waren zoveel mensen op het ijs, dat je niet
lekker kon glijden." In Sneek waren al heel wat rijders die er
mee ophielden. Dat was voor Lageveen niet aan de orde.
|

|
In Sloten kreeg hij een oppepper. "De stempelaar
vertelde dat mijn stempelkaart de eerste van die kleur in Sloten was. Dat
was voor mij een teken dat het goed ging, het gaf me
steun." Vanaf Sloten ging het voor de wind naar Stavoren.
"Door de koude wind op de kuiten kreeg ik kramp. In
Stavoren zag ik de trein wel staan, maar ik wilde me niet
laten kennen. Het was nog maar 12.00 uur en ik dacht: ik kom
vanmiddag altijd in Hindeloopen." Dat was wel een
streefpunt voor Lageveen. Zijn zwager was eerder tot
Hindeloopen gekomen.
|
In noordelijke richting werden de sneeuwduinen steeds hoger.
"Ik moest soms door de sneeuwduinen heen stappen. Ik zag de
rode LAB-bussen ook snel vol lopen met rijders die opgaven. Dat was
aan mij niet besteed." Ongewild vond hij in Harlingen zijn
Waterloo. "Ho maar, niet verder" werd hem toegesproken.
Lageveen moest van het ijs. Dat deed hem zeer. "Het ijs was
door de wind daar weer aardig schoon. Het was tegen zessen, maar ik
had in elk geval wel voor zeven uur in Franeker kunnen zijn."
Door zijn functie bij de ijswegencentrale is het er daarna niet
meer van gekomen de tocht der tochten toch nog een keer uit te
rijden. Als bestuurslid van de Friese IJsbond hoopt hij nog wel zijn
steentje bij te dragen aan het vertrouwd schaatsen op de Friese
ijswegen. En wie weet zit er vanuit die positie nog een
organisatorische bijdrage aan een Elfstedentocht voor hem in.
|