Adressen  Adverteren  Agenda  Archief  Redactie  Home

COLUMNS
auteur: Bram Brouwer, sportpsychologie


Columns op deze pagina mogen worden gedownload en/of gekopieerd en geplaatst in uw eigen clubblad.

De redactie stelt daarbij als voorwaarde dat U de volgende bron en auteur vermeld.
www.nwfregiosport.nl en www.brambrouwer.nl .

Tevens dient u de auteur per e-mail te laten weten dat u het artikel plaatst. Voor elk ander gebruik is toestemming van de auteur nodig.

 

2 januari 2007:

Moord of zelfmoord

"De wielersport wordt vermoord". Dit hoor je regelmatig na de doping perikelen in 2006. Sponsorploegen stoppen. Hoofdsponsoren van de Tour de France trekken zich terug. De tv- belangstelling zou terug lopen en dan is de wielersport ten dode opgeschreven.
Laten we de belangrijkste affaire eens nader bekijken. Kort de feiten. In etappe 16 van de Tour krijgt Floyd Landis kort voor de finish, op de top van de La Toussuire, een inzinking. Deze zet hem op achterstand. Niemand geeft meer iets voor zijn eindzege in Parijs. De volgende dag geeft hij echter fietsles zoals slechts heroïsche wielerhelden als Copi, Bartalli, Gaul en Merckx dat konden. Landis maakt zijn achterstand bijna goed. In de voorlaatste etappe stelt hij in de tijdrit zijn tourzege alsnog veilig. Kortom, de finaleweek van de tour 2006 was om van te dromen. Maar aan dromen komt een einde en Landis blijkt de Han van Meegeren van de wielersport te zijn. Hij zou ons bedot hebben met testosteron. Zijn urinemonster, afgenomen na die heroïsche 17e etappe, bevat een testosteron-epitestosteron verhouding die sterk afwijk van wat het dopingreglement toestaat. Hier stoppen de feiten en begint de interpretatie en speculatie. We zien veel papegaaigedrag.
Deze column probeert niet het dopinggebruik van Landis te bewijzen of te ontkrachten. Het bekijkt slechts hoe hard de ‘bewijzen’ zijn.

Testosteron is een hormoon dat jongentjes tot jongentjes maakt. Het helpt ook bij de spieropbouw (maakt sterker) en zo is het op de dopinglijst gekomen. Testosteron is lichaamseigen, waardoor misbruik moeilijk is aan te tonen. Tests die synthetische (niet lichaamseigen) testosteron kunnen ontdekken, zijn onbetrouwbaar. Voor het aantonen van doping valt de controle dan ook terug op de verhouding tussen testosteron en epitestosteron, de lichaamseigen tegenhanger van testosteron. Beiden komen in een bepaalde verhouding in het lichaam voor. Als je jezelf met testosteron drogeert, verstoort die verhouding en die verstoring kunnen we meten. Soms hebben sporters van nature een afwijkende verhouding, daar houdt men rekening mee. Van Landis was van zo’n natuurlijke afwijking niets bekend.

Volgens hoogleraar inspanningsfysiologie prof. dr. Harm Kuipers is testosteron slechts nuttig bij de trainingsopbouw. Tussen de inzinking en de topprestatie van Landis kan ze geen effect hebben. Dus, waarom zou hij het dan nemen? Deze stelling wordt bestreden. Maar Kuipers is een betrouwbare en neutrale wetenschapper.

De stelling ‘extern testosteron verstoort de testosteron-epitestosteron spiegel’, mogen we niet omdraaien in ‘een verstoorde testosteron-epitestosteron spiegel komt door extern testosteron’. Net zo als dat iedere mus een vogel is, maar iedere vogel geen mus. De verstoring kan mogelijk andere oorzaken hebben. Bijvoorbeeld: kan een lange topinspanningen onder hoge temperaturen het hormonale systeem verstoren? Wetenschappelijk is de gebruikte methode dan ook volstrekt onverantwoord.

Omdat de testosteron-epitestosteron verhouding hierdoor als bewijs rammelt, is een truc bedacht. De scheve verhouding tussen testosteron en epitestosteron wordt als vermoeden gekenmerkt. Vervolgens wordt de omgekeerde bewijslast gehanteerd: de sporter moet bewijzen dat het vermoeden onjuist is. Bij een toevallige afwijking is dit bewijs onmogelijk te leveren.
Stel dat eerder genoemde veronderstelling, dat een extreme inspanning de hormoonhuishouding verstoort, juist is. Dan creëert de sport een situatie waarin we sporters tot topprestaties stimuleren en vervolgens het effect van die topprestaties gebruiken om die sporters als dopingzondaar te brandmerken.

Het leveren van een topprestatie, één dag na de inzinking, zou zonder doping niet mogelijk zijn. Hiervoor is al bij monde van Harm Kuipers aangegeven dat testosteron dan geen logische keuze zou zijn. Maar het herstel is ook zonder doping goed te verklaren. De inzinking van Landis leek sterk op een ‘gewone’ hongerklop. Je staat dan binnen honderd meter ‘geparkeerd’, zeker in een klim. Als je daarna goed eet, heb je er een dag later geen last meer van. Dit geldt zeker voor een geprikkelde Landis, die dit als een uitdaging opnam. Kees Verkerk reed in Inzell ooit een historisch wereldrecord op de tien kilometer, geprikkeld door een mislukte vijf.

Landis is zowel vóór als na de 17e etappe vaker op doping gecontroleerd. Omdat Testosteron een opbouwhormoon is, mag je verwachten dat bij die controles eveneens afwijkende verhoudingen in de testosteron-epitestosteronspiegel gevonden zijn. Hij bleek echter clean. Hoe verklaren we dit?

De contra-expertise is een wassen neus. Er is geen tweede onafhankelijke staal. Er is maar één staal (één plas) verdeeld over twee flesjes. Beide tests zijn bij hetzelfde Franse laboratorium uitgevoerd, dit geeft tenminste de schijn van partijdigheid. De contra-expertise kan slechts het gelijk van de sporter aantonen als het testlaboratorium zijn eigen falen aantoont.

Stel dat Landis werkelijk iets gebruikt heeft. Zou hij zichzelf dan zo in de kijker rijden, met 100% kans op ontdekking? Dat is toch wel heel erg dom.

In een geciviliseerde westerse maatschappij ben je pas schuldig als het bewijs onomstotelijk en overtuigend geleverd is. De hiervoor genoemde argumenten lijken tenminste twijfel te zaaien. Er ontstaat zo een tegenstrijdigheid: de strijd tegen doping, bedoeld om eerlijkheid in de sport te creëren, leidt tot de grootst mogelijke oneerlijkheid in die sport.

Ondertussen is ongeveer een half jaar verstreken sinds Landis beschuldigd is. Maar hij is nog steeds niet veroordeeld. Blijkbaar zijn de officials niet zeker van hun zaak. Renners worden zonder enig bewijs beschuldigd, ploegen worden uitgesloten. Als wielrenner ben je bijna per definitie een gebruiker. Basso, een andere ‘dopingzondaar’ die niet in de Tour mocht starten, is ondertussen door de Italiaanse wielerbond van alle blaam gezuiverd. Toch mocht hij van zijn ploegleiding niet in de Ronde van Lombardije starten, omdat hij ooit verdacht was. Kortom: als deze affaires ten koste gaan van de wielersport is er geen sprake van moord, maar van zelfmoord.

Bram Brouwer, sportpsychologie

 

Copyright: SportSupport / NWF-regiosport; 2007