Adressen  Adverteren  Agenda  Archief  Redactie  Home

COLUMNS
auteur: Bram Brouwer, sportpsycholoog


Columns op deze pagina mogen worden gedownload en/of gekopieerd en geplaatst in uw eigen clubblad.

De redactie stelt daarbij als voorwaarde dat U de volgende bron en auteur vermeld:
www.nwfregiosport.nl en www.brambrouwer.nl .

Tevens dient u de auteur per e-mail te laten weten dat u het artikel plaatst. Voor elk ander gebruik is toestemming van de auteur nodig.

 

13 oktober 2010

Officials

MANTGUM - Een klein artikeltje in de volkskrant. Jan Blokhuijsen en Wouter Olde Heuvel gediskwalificeerd bij hun eerste schaatswedstrijd in Thialf. Ze kwamen op het rechte eind met hun schaats buiten de baan en dat mag niet meer. De strenge bochtenregel wordt doorgetrokken. Diverse rijders en rijdsters zijn de laatste jaren uit de uitslag verwijderd, omdat ze in de bocht een blokje raakten. Om te veel discussies te voorkomen, worden de blokjes in de bocht niet meer op, maar tegen de binnenrand van de lijn gelegd. Feitelijk onjuist, want reglementair is de schaatser fout als zijn schaats de lijn raakt en het versmalt de binnenbaan. Ik weet het, dat is spijkers op laag water zoeken. Maar dat geldt voor de extreme regelhandhaving ook.

Welk probleem wordt hier opgelost? Ik loop al ruim veertig jaar mee in het schaatswereldje. Als schaatser, trainer, toeschouwer, sportpsycholoog en liefhebber. In al die hoedanigheden heb ik met heel veel schaatsers, trainers, journalisten, publiek, et cetera gesproken. Nooit kwam in die contacten het onderwerp van de oneerlijk afsnijdende schaatssters aan de orde. Het lijkt er op dat de officials een oplossing hebben gevonden voor een niet bestaand probleem, of voor een probleem dat alleen in hun perceptie bestaat. Dat past goed in een tijd waarin regeringen boerkaverboden invoeren, voor slechts een handje vol boerkadraagsters. Dus voor de bühne.

Denken officials mij als schaatsliefhebber een plezier te doen met een dergelijk strenge handhaving? Dan vergissen ze zich. Schaatsers die echt bochten afsnijden moeten gediskwalificeerd worden. Dat staat buiten de discussie. Dat gold ook voor Sven Kramer bij zijn verkeerde wissel. Hoe sneu ook, want er was geen sprake van opzet. Maar stel dat Sven na een uitmuntende race gediskwalificeerd was, omdat hij net een blokje aantikte of dat zijn schaats in de laatste honderd meter door vermoeidheid net even buiten de baan kwam. Als toeschouwer leef ik met Sven mee. Bij een dergelijk diskwalificatie voel ik mij net zo bekocht als Sven zelf. Dat gold ook bij de Antilliaanse atleet Churandy Martina, tweede op de Olympische 200 meter atletiek in Peking. Martina werd gediskwalificeerd omdat hij in de bocht net de lijn raakte. Je moest heel, heel, heel goed kijken om dat te zien en zelfs dan was er nog twijfel. Ook de jury had het gemist. Ze werden echter op Churandy’s ‘misdaad’ geattendeerd door een tegenstander, die zo zelf een medaille in de wacht sleepte. Ik heb nog geen sportliefhebber gesproken die deze diskwalificatie eerlijk vond. We spreken dan over proportionaliteit: de straf moet in overeenstemming zijn met de overtreding. Ervaren oneerlijkheid geeft mensen een onplezierig gevoel, zoals bij een bekeuring voor 2 á 3 km/uur te hard rijden. Dat gevoel noemen we in de psychologie cognitieve dissonantie en dat willen mensen voorkomen. Als het te vaak wordt ervaren, keert het publiek zich vanzelf van die sport af. Hoe meer extreme regelhandhaving, des te vaker ervaart het publiek dat oneerlijke gevoel. De kans dat topsport zichzelf opheft neemt daarmee toe.

Ik vraag me af waarom dit soort regels ingevoerd wordt. Is dat net als het boerkaverbod voor de bühne? Of willen officials zichzelf graag profileren? In dat geval moet ik ze uit hun droom helpen. Ze hebben dan niets van sport begrepen. Sport gaat primair om de sporter en zijn publiek (bij topsport). Beiden hebben geen belang bij extreme handhaving van regels. Bij topsport is de derde factor de sponsor. Die is ondergeschikt aan de sporter en zijn publiek. Ze zijn immers in sport geïnteresseerd vanwege dat publiek. Geen publiek betekent geen sponsors. Onderin de sporthiërarchie vinden we de officials. Die moeten dienstbaar zijn aan de sport, door deze in goede banen te leiden. Bijvoorbeeld door duidelijke reglementering en die regels proportioneel te handhaven. Ze zijn echter ondergeschikt aan de andere groepen. Extreme regelhandhaving lijkt een symptoom van ontevredenheid met die natuurlijke positie van officials in de sporthiërarchie. Officials eisen steeds vaker een hoofdrol op, maar die is voorbehouden aan de sporter. Het verstoren van die natuurlijke orde is contraproductief voor de ontwikkeling van sport. Het publiek komt niet naar het stadion om naar egotrippende officials te kijken.

Drs. Bram Brouwer
(sport)psycholoog en mediator

 

 

Copyright: SportSupport / NWF-regiosport; 2010