|
Columns op deze
pagina mogen worden gedownload en/of gekopieerd en geplaatst in uw
eigen clubblad.
De redactie stelt daarbij als voorwaarde dat
U de volgende bron en auteur vermeld:
www.nwfregiosport.nl en www.brambrouwer.nl .
Tevens dient u de auteur per e-mail te
laten weten dat u het artikel plaatst. Voor elk ander gebruik is
toestemming van de auteur nodig.
5 november 2010
Officials-2
Mijn vorige
column ging over de nieuwe lijnoverschrijdingsregel bij het
schaatsen. Tijdens het schrijven kon ik niet bevroeden dat deze
regel –door Mark Tuitert de Dr. Bibberregel genoemd – tegelijk
grote weerstand opriep bij de schaatsers, vooral bij de
Nederlanders. Volgens een artikel in de Volkskrant (2 november) is
de regel geïnitieerd door Hugo Hernhoff – directeur sport van de
ISU. Ze zou de veiligheid van de schaatsers waarborgen, omdat er
minder ongelukken gebeuren als schaatsers in hun eigen baan blijven.
Mijn verbazing was groot.
Sinds 1966 ben ik nauw betrokken
bij het schaatsen, als rijder, trainer, geïnteresseerd toeschouwer
en nu als sportpsycholoog. De grote wedstrijden heb ik sindsdien
niet of nauwelijks gemist. Ik kom er ‘s nachts voor mijn bed uit.
Als schaatser en als trainer/coach heb ik veel wedstrijden
meegemaakt, op allerhande niveaus. Toch heb ik altijd zitten slapen.
Tenminste volgens Hernhoff. Ik kan mij namelijk geen enkel incident
herinneren waarin het overschrijden van de lijn op het rechte eind
tot een ongeval leidde. Als een lezer een voorbeeld kent, laat het
dan weten. “Maar Wennemars en Timmer dan!”, hoor ik u zeggen.
Beiden raakten ernstig geblesseerd door een tegenstander die buiten
zijn baan kwam. Natuurlijk, die gevallen staan op mijn netvlies
gegrift. Ik voel de koude rillingen als ik aan de pijnkreten van
Wennemars denk. Maar het gaat dan steeds om een in de binnenbocht
vallende rijder, die door de wetten der natuur de bocht uit glijdt
voor de voeten van zijn tegenstander. Als we dat niet willen, moeten
we een muur tussen de binnen- en de buitenbaan plaatsen. Een middel
dat ernstiger lijkt dan de kwaal. Schaatsen is een snelheidssport en
die is nooit ongevaarlijk. Wie dat risico niet wil lopen, moet gaan
schaken of dammen.
Ik adviseer Hugo Hernhoff in het
vervolg met een betere verklaring te komen, dan het voorkomen van
ongevallen die niet voorkomen. Dit wekt de indruk dat ik er niet ver
naast zat met mijn constatering, dat officials willen opklimmen in
de sporthiërarchie. Ze zijn ontevreden met hun ondergeschikte
dienstverlenende rol en denken zelf het middelpunt van de sport te
zijn. Een denkfout: het publiek komt niet naar het stadion voor
acterende officials. Kortom: Hernhoff lijkt een dubbele agenda te
voeren. Als hij echt bezorgd is over de veiligheid van schaatsers,
verander dan de startregel. De starter mag een deelnemer dan niet
naar de start roepen voordat de rijders uit de vorige rit volledig
uit de wedstrijdbaan zijn. Dit gaf – vooral op de
1500 meter
– wel problemen. Een door vermoeidheid niet oplettende schaatser
uit de vorige rit, reed de schaatser die voor de volgende start
klaar stond van achter aan. De risico’s hiervan zijn groot.
Andere voorbeelden van de
toenemende macht van officials zien we bij de FIFA. Die wil landen
– als ze het WK willen organiseren – zelfs de wetgeving
voorschrijven. Maar ook de nieuwe plannen om wielrenners tijdens de
Tour de France ‘s nachts op doping te gaan controleren is een
symptoom van officialmacht. Zelfs als je slaapt ben je niet veilig.
De schaatsers hebben nu een petitie
opgesteld, gesteund door de KNSB. Deze wordt aan de UCI aangeboden.
Dat gaat niet werken. Het geeft officials de gelegenheid zich te
heroriënteren en zo afschaffing van de regel en het inperken van
hun macht te voorkomen. Dit blijkt al uit opmerkingen dat de regel
pas over twee jaar – op het volgende UCI-congres – opnieuw aan
de orde kan komen. Dat noemen we op de lange baan schuiven. Een
uiterst effectieve strategie. Van uitstel komt immers meestal
afstel. Maar het is onzin. Als iedereen in het schaatsen en in het
bijzonder de schaatsers zelf, overtuigd zijn dat een regel verkeerd
is, kan direct worden gestopt met ze toe te passen. Spelregels zijn
geen natuurwetten. Dat die afschaffing pas over twee jaar officieel
wordt, het zij zo.
In de topsport spelen tegenwoordig
grote commerciële belangen. Dat geldt zowel voor sporters –
sponsoren betalen hun salaris – als voor organisaties (officials).
Bij grote toernooien spelen grote commerciële belangen. Daar ligt
het zwakke punt van de organisaties en de sterkte van de sporters.
Zonder sporters immers geen evenement. Sporters staan aan de top van
de natuurlijke sporthiërarchie en hebben de natuurlijke macht. Het
probleem is dat die macht over de sporters verdeeld is. Dat geld ook
voor de lagere macht van de officials, maar die hebben zich in hun
onmacht verzameld en zijn daardoor machtiger dan de sporters. En dat
gebruiken ze. Combineren sporters hun macht, dan zijn ze machtiger
dan de officials. Als ze die macht vervolgens op het zwakke punt van
de organisaties (officials) richten, is de Dr. Bibber regel
waarschijnlijk binnen één dag van tafel. Dan komt immers het
commerciële belang in het geding.
Hoe dat praktisch uit te voeren:
kies een belangrijk toernooi, met grote commerciële belangen. Zorg
voor consensus onder de schaatsers. Jullie rijden niet als,
bijvoorbeeld: (1) de Dr. Bibber regel en (2) de bochtenregel niet
onmiddellijk afgeschaft worden, en (3) jullie in de toekomst een
substantiële inspraak in de reglementen krijgen (vetorecht). Neem
ook enkele minder belangrijk punten in je eisen op, als wisselgeld.
Maak deze eis pas één dag voor het toernooi bekend. Officials
hebben dan vrijwel geen kans zich te heroriënteren en een wig
tussen de schaatsers te drijven. En natuurlijk het dreigement
uitvoeren, als ze niet op de eisen ingaan. Eensgezindheid is het
grootste probleem bij de sporters. Er is vrijwel altijd een sporter
die denkt: als hij/zij niet meedoet, kan ik mogelijk winnen. Dat
geeft de officials – die wel eensgezind zijn – de kans een
verdeel en heers strategie toe te passen en daar door hun van nature
ondergeschikte macht boven de bovengeschikte macht van sporters te
plaatsen.
Drs.
Bram Brouwer
(sport)psycholoog en mediator
|