Iedere sport heeft dikke boeken met spelregels. Sportorganisaties
leiden juryleden en scheidsrechters op om ze te controleren. De
regels overtreden is oneerlijk en levert straf op. Dopinggebruik is
erg oneerlijk en de straf is dan ook navenant. Het opsporen van
dopingzondaren kost veel geld en voor de zogenoemde ‘out of
competition’ controles moeten topsporters steeds laten weten waar
ze zijn. Bijvoorbeeld, bij een gezellig avondje stappen treft een
topsporter een leuke vriend of vriendin en blijft bij hem of haar
slapen. Tijdens het voorspel even bellen waar je bent, is niet
gepast. Dat zou het einde betekenen van een gepassioneerde nacht en
van een mogelijke gezamenlijke toekomst. Echter de kans bestaat nu
dat de sporter niet thuis is als de dopingcontroleur ‘s morgens
aanklopt voor zo’n ‘out of competition’ controle. En niet
aanwezig zijn, betekent vermeend gebruiker zijn. Kortom: topsporters
leveren veel persoonlijke vrijheid in. Een dergelijke inperking zou
in de rest van de maatschappij tot grote onrust leiden.
Al deze maatregelen staan echter in het teken van de eerlijkheid
en dat maakt veel goed. Eerlijkheid staat in de sport dan ook hoog
aangeschreven. In dit eerlijkheidsstreven behoren de olympische
spelen tot de absolute top. Daarom beloven zowel sporters als
officials tijdens de openingsceremonie met de hand op de olympische
vlag en voor het oog van de wereld, dat ze de wedstrijden eerlijk
zullen laten verlopen.
Na zoveel beloftes en verklaringen kun je niet meer twijfelen aan
het eerlijke verloop van olympische wedstrijden. Dus ook niet als
Marianne Timmer na één valse start op de 500 meter schaatsen
gediskwalificeerd wordt, terwijl haar tegenstandster Choi Seung-Yong
ook na één valse start de wedstrijd mag vervolgen. Dat is eerlijk,
het staat immers in de regels. De heren regelneven hebben in hun
wijsheid gemeend dat valse starts te veel tijd kosten. Daarom hebben
ze een spelregel bedacht, die zegt dat er per start maar één valse
geaccepteerd wordt. De tweede levert diskwalificatie op, ook als die
de andere schaatser betreft. Overweeg dan nog het lange wachten van
de starter voor hij het startschot geeft, de minimale beweging van
de overtreders en de jarenlange voorbereiding van de schaatssters.
Alle eventueel nog aanwezige twijfel over eerlijkheid vervliegt dan.
Ook is het volkomen eerlijk dat je je als official kunt verschuilen
achter spelregels die je eerst zelf bedacht hebt!
Hoeveel tijd kost een valse start eigenlijk? Gemiddeld dertig
seconde, één minuut? We nemen het gemiddelde: vijfenveertig
seconde. Hoeveel valse starts kent een gemiddelde schaatswedstrijd
op de 500 meter? Vijf, zes! Hoeveel zijn hiervan een tweede valse
start? Eén, misschien twee! Dus het accepteren van één valse
start per schaatser zou maximaal anderhalve minuut extra tijd
kosten.
Vanwege de veiligheidsmaatregelen moet het publiek ruim twee uur
voor het begin van de wedstrijden aanwezig zijn. Door overbodige en
regelneverige redenen verloopt het toernooi erg traag. Tussen de
ritten in gaat veel tijd verloren. Per manche kost dit ruim een half
uur. Hierdoor moet een, voor de 500 meter ongebruikelijke,
dweilpauze ingelast worden. Opnieuw twintig minuten per manche, plus
een uur pauze tussen de manches. Kortom: het publiek is zo’n vier
uur bezig met binnen komen en het kijken naar ronddrentelende
pommeranten, dweilende ijsmachines en een opdrogende ijsbaan. En dat
voor twee keer vijftien keer veertig seconden, ofwel twintig
minuten, echt schaatsen. Dat is maar liefst acht procent van de
tijd. Je kunt dan niet ook nog eens anderhalve minuut aan die extra
valse starts besteden. Dan zou het publiek te veel waar voor zijn
duur gekochte kaartje krijgen en dat zou niet eerlijk zijn.