Gerrit Wolbers moet het even rustig aan doen. Hij is herstellende
van een achillespeesblessure. Twee weken rust, koelen en elke dag
masseren hebben hun werk gedaan. Voorzichtig pakt de ‘gespierde
spijker’ de training weer op. Het is de eerste serieuze blessure
in vijf jaar tijd.
Gerrit begon in 2002 als zevenjarig jochie met atletiek. Daarmee gaf
hij gevolg aan zijn gevoel. Volgens zijn vader Jan Wolbers zat het
er al vroeg in: "Hij kon kwalijk lopen, toen zei hij het al: Ik
wil hardloper worden." Gerrit meldde zich aan bij de Franeker
atletiekvereniging Spartacus. Eigenlijk moeten de kinderen er met
alle facetten van de atletiek kennis maken. Daar voelde Gerrit niets
voor. Hij wilde alleen maar lopen en daar kreeg hij bij Spartacus de
ruimte voor. "Dat vond ik meteen leuk." Hardlopen op de
weg vindt hij het mooiste. "Daar zie je wat meer. Op de baan
loop je alleen maar rondjes en boslopen is niet echt mijn
ding."
Tot het gaatje
Gerrit traint vier maal per week. Tweemaal bij Spartacus onder
leiding van Olivier Siri en tweemaal per week met zijn vader Jan.
Daarnaast doet hij tweemaal per week opdruk- en buikspieroefeningen.
Gerit pakt de trainingen altijd heel serieus op. Als zevenjarig
jochie liep hij na schooltijd in zijn woonbuurt altijd een vast
rondje van een paar honderd meter. "De buren vroegen mij toen
wel eens of ik strafrondjes moest lopen". Zo erg was het niet,
maar volgens vader Jan laat hij het er nooit bij zitten. "Gerrit
is niet gauw tevreden. Hij is absoluut niet lui. Hij gaat tot het
gaatje, soms erover heen. En het maakt niet uit of het goed of
slecht weer is." Pa en trainer Siri zien er daarbij op toe dat
er voldoende rust in acht wordt genomen. Er is ook veel overleg
tussen beide trainers.
Commentaar
Vader Jan begeleidt zijn zoon bij trainingen op de weg per
fiets. Mensen die ze onderweg tegen komen geven dan wel eens
vervelend commentaar, vooral als ze hem zijn zoon horen aanmoedigen.
"Ik zou zelf graag meelopen, maar door reumatische aandoeningen
lukt dat niet." Gerrit heeft het er niet moeilijk mee, vindt
het juist mooi dat zijn pa hem traint.
Geen tegenstand
In 2003 liep Gerit in Franeker zijn eerste wedstrijd tijdens de
Bolwerkloop. Hij won wel niet, maar de trend was gezet. Hij liet
menig oudere loper achter zich. Gerrit had de smaak te pakken. Het
plezier droop ervan af. Dat werd groter toen hij begon te winnen. De
reisafstanden werden ook groter. "In de regio had ik niet
zoveel tegenstand meer, dus ga ik nu regelmatig het land in."
Maar ook buiten Friesland wint Gerrit, zoals de Brinkloop in Diever,
Lauwersoog-Ulrum en Annapaulowna.
Hectisch
Wedstrijden zijn voor de familie Wolbers een hectische
aangelegenheid. "Het gaat eigenlijk nergens over, maar het
betekent heel veel voor ons. We hebben er een hoop voor gedaan. Elke
loop is een kampioenswedstrijd, zoveel spanning zit er omheen."
Die spanning wordt soms gebroken als een banaan volledig geplet uit
de tas komt.
Geen cross
Gerrit is een echte flyer, niet een man voor de klei, daarvoor
ontbreekt de kracht. In de wintermaanden doet hij desondanks toch
wel eens aan een crossloop mee. Dan blijkt vaak waarom dat niet zijn
terrein is. Bijvoorbeeld tijdens het Fries kampioenschap veldcross
in Sneek. "Ik viel daar tot twee maal toe. Toch kon ik weer bij
de kopgroep terug komen. Dat had zoveel kracht gekost dat ik net
naast het podium stond."
Gevoelig
De grootouders van Gerrit zijn de grootste supporters van hem.
De ouders van ma Simona gaan bijna altijd mee naar de wedstrijden en
maken dan foto’s. Oma Keizer sponsorde Gerrit altijd. "Als ik
goed liep kreeg ik vijf euro." Een jaar geleden is ze helaas
overleden. Drie dagen voor de Rembrandt van Rijn loop in Sint
Annaparochie overleed oma Keizer. "Ïk wilde persé lopen. Voor
oma heb ik in Sint Annaparochie de medaille verdiend. Die is in de
urn van oma gegaan" vertelt Gerrit met betraande ogen.
Kort daarna kreeg Gerrit opnieuw een klap te verwerken. Op 30
december overleed zijn looptrainer en idool Giovanni Andriol uit
Welsrijp. Met beide tragische momenten heeft Gerrit het nog steeds
erg moeilijk.
Toekomst
Gerrit blijft vooruitzien. Het komend seizoen richt hij zich op de
baan met veel 800 meter wedstrijden. Daarmee moet de basissnelheid
opgeschroefd worden. Als volgend jaar in Franeker mogelijk een
kunststof atletiekbaan is aangelegd verwacht hij verder vooruit te
gaan. Zijn ultieme doel is op de Olympische Spelen te starten op de
tien kilometer. "Wat Bekele heeft bereikt, zou ik ook wel
willen." Op zijn vroegst in 2016 kan hij die droom misschien
waarmaken. Gerrit heeft in elk geval een enorme ‘drive’:
"ik wil slagen als hardloper."