|
Het
is super geweest
Tijdens de Oldehovepartij heeft
Jacob Wassenaar afscheid genomen van het hoogste kaatsniveau. Hij
heeft een punt gezet achter elf jaar spelen in de Hoofdklasse. Met
zijn, naar eigen zeggen, beperkte talenten is Jacob er als degelijke
kaatser toch maar mooi in geslaagd het Klavertje Vier te winnen.
Daarmee behoort hij met nog elf kaatsers tot de elite van het kaatsen.
Jacob bestempeld zijn carrière dan ook als super.
De kaatscarrière van de 29-jarige
Jacob Wassenaar zit er op. Zondag 19 september 2010 sloeg hij op de
Oldehovepartij zijn laatste bal op het hoogste niveau. In de tweede
omloop viel het doek tegen het later winnende team van Gert Anne van
der Bos bij 5-5 en 6-6. Ruim twintig jaar heeft Jacob van het
kaatsspel genoten. Zo ook die laatste wedstrijd na een periode van elf
jaar op het hoogste niveau. Al weken had hij ernaar toegeleefd, om
ervan te genieten. “Dat mijn familie en al mijn vrienden er waren is
wel heel speciaal, dat had ik niet verwacht. Dat doet me erg goed.”
Over de wedstrijd was Jacob minder tevreden. “Ik kwam hier om te
winnen. De kansen waren aanwezig, maar op 5-5 en 6-6 liep het mis”.
Jacob zat op dat moment goed kapot. “Halverwege die wedstrijd zat ik
er al doorheen. Ik begon na te denken over elke bal die de laatste kon
zijn.”
De keuze om te stoppen maakte Jacob
al een jaar geleden. Zijn werk als bedrijfsleider bij Welkoop
Dokkum, een HBO studie Retail Management volgen en kaatsen op
topniveau zijn niet langer te combineren. “En na twintig jaar
kaatsen wil je ook wel weer eens iets anders”. Het fysieke ongemak
van de laatste weken door een scheurtje in de meniscus en rugproblemen
heeft zijn keuze niet echt beïnvloed. “Maar de afgelopen twee jaren
zijn niet super geweest. Daardoor zie ik wel uit naar het einde.”
Debuut met winst
Het zag er aanvankelijk niet naar uit dat Jacob zou gaan kaatsen. Hij
begint met voetbal bij Minnertsga. Daar maakt hij vele vrienden en dat
vormt de basis voor zijn passie voor balsporten. Kenners vertellen hem
dat hij in alle balsporten kan winnen, behalve met kaatsen. “Tot ik
op een gegeven moment werd gevraagd om aan een ledenpartij mee te
doen. Ik kaatste met Willem Faber. Die was erg goed en ik kon niks,
maar we wonnen wel de krans. Toen was ik verkocht.”
Klavertje Vier
Vanaf zijn achtste jaar bepaalt het kaatsen daarna het leven van
Jacob. Al blijft hij het combineren met het voetbal. Jacob heeft in
Minnertsga het geluk met een lichting goede kaatsers op te groeien.
Daarmee haalt hij mooie prijzen binnen. In 1995 pakt hij met Willem en
Rein Faber de tweede prijs op de Bondspartij voor jongens. Dat is het
begin van een zegereeks die leidt tot het fameuze “Klavertje
Vier”. Jacob is een van de twaalf bezitters van dat kleinood, dat is
weggelegd voor kaatsers die de vier belangrijkste wedstrijden minimaal
een keer hebben gewonnen: Bond, Freule, Jong Nederland en de PC.
Na en derde plaats in 1996 is het in 1997 raak op de Bond. Minnertsga
wint de Bond voor jongens. “Dat maakte veel los in het dorp. Voor
het eerst sinds lange tijd won Minnertsga weer eens een
Bondswedstrijd. Het dorp stond op zijn kop. Om daar dan deel van uit
te maken is geweldig.”
Dat is dan al de tweede in de rij van
het “Klavertje Vier”, want een jaar eerder won de toen 15-jarige
Wassenaar de Freule met Rein Faber en Peter Sinnema aan zijn zijde.
Met ‘alles aan de hang’ werd Warga verslagen.
Met Wouter de Roos en Cornelis
Terpstra zegeviert hij in zowel 2000 en 2002 op de Jong-Nederland
partij. De Bond voor senioren wint Jacob liefst drie maal voor
Minnertsga: 2001, 2005 en 2006. Steeds met zijn acht jaar oudere broer
Chris aan zijn zijde.
Uniek
Jacob kaatst dan al sinds 1999 in de hoofdklasse. In het begin
wil het niet echt vlotten. “Het was destijds moeilijk om er
als prille hoofdklassers tussen te komen. Als je altijd wilt
winnen en dat lukt niet, dan is dat vervelend. Ik heb toen wel
eens overwogen er mee te stoppen.” Dat deed hij gelukkig niet,
want op hoofdklasse niveau heeft Jocob alle belangrijke
wedstrijden gewonnen. In 2002 wint hij met Rutmer van der Meer
en Cornelis Terpstra verrassend de PC. Daar kan Jacob nu nog van
genieten. “In Franeker winnen voor zoveel mensen, dat is
geweldig. Dat was wel mijn mooiste overwinning. Ik sloeg in de
finale twaalf of dertien bovenslagen. Dat is uniek.”
Jacob moet het dan in de vrije formatie parturen nog steeds
stellen zonder zijn broer. Eigenlijk heeft Jacob zijn gehele
kaatscarrière in de schaduw gestaan van kaatsgrootheid Chris.
“Dat is ook zo, maar dat went. Ik heb me misschien meer moeten
bewijzen. Chris was al gearriveerd toen ik nog bij de jeugd
kaatste. Maar ik heb er met mijn kwaliteiten als voorinse alles
uit gehaald wat er in zat. De eerste keer dat ik voor de Bond
mee mocht won ik. Dat was mooi natuurlijk. Het was altijd Chris,
Chris, Chris. Toen stond ik in het middelpunt van de
belangstelling. Mijn eerste PC won ik ook zonder Chris.
Eindelijk samen
Pas in 2005 spelen beide Wassenaars in één partuur. Met Rutmer
van der Meer aan hun zijde behalen ze een serie fraaie
overwinningen. Het eerste jaar van de tot en met 2008 durende
samenwerking is het beste seizoen van Jacob. Hij wint voor de
tweede maal de PC, met broer Chris als koning, en scoort dat
jaar het hoogste puntentotaal (56) uit zijn carrière. In zijn
gehele carrière verzamelde Jacob 293 punten. |

Jacobs vreugde na een
boppeslag. |
Zelf staat Jacob niet zo stil bij dat
soort statistieken. “Ik weet niet hoeveel wedstrijden ik gewonnen
heb, ik weet niet eens hoeveel punten ik heb.” In zijn woning in
Sint Annaparochie zijn ook weinig van zijn trofeeën te bekennen.
Alleen het Klavertje Vier heeft een prominente plaats gevonden in de
huiskamer en in de hal hangt een fraaie actiefoto. “De rest van de
prijzen staat bij mijn ouders. Petra (zijn partner) wilde die prijzen
niet in huis hebben.” De fotocollage die hij bij zijn afscheid van
zijn collega kaatsers kreeg zal nog wel een plaats krijgen.
Broertje dood aan trainen of
trainingsbeest
Jacob heeft zijn successen bereikt met hard werken en veel trainen.
Jacob trainde ook altijd met plezier. Hoewel…, Geert Faber, een van
zijn trainers, dacht daar in het begin anders over: “Jacob heeft een
broertje dood aan trainen”. Faber heeft later ingezien dat het toch
anders lag. Jacob vindt wel dat het de laatste jaren meer een kwestie
van ‘moeten’ is geworden. “Er gaat veel tijd in zitten. Vroeger
vond ik dat niet zo erg, wilde ik altijd wel trainen. Nu is het wel
eens een opgave om na het werk nog eens te gaan trainen.”

Jacob zit kapot na een
nederlaag. |
Degelijkheid
De kracht van Jacob ligt in zijn degelijkheid als kaatser en
zijn lengte. “Mijn lengte is als voorinse een voordeel. Als ik
de hand omhoog doe en de bal gaat over mij heen, dan heeft de
achterinse een mooie bal.” Voeg daarbij zijn drijfveer om
altijd te willen winnen en het succes is voor een groot deel
bepaald. Om dat doel te bereiken is alles geoorloofd. Ook
verbaal laat Jacob zich daarbij goed horen. “Dat gaat wel eens
te gek, maar ik doe alles om te winnen. Ik word er zelf ook
beter van. Als je dan gewonnen hebt is de kleedkamer de mooiste
plek die er is om samen de winst te vieren.” Maar ook als er
verloren is kun je in de kleedkamer de gekste dingen beleven.
“We hebben bij Rutmer wel eens de prullenbak voor de
deuropening gezet, nadat hij verloren had. Toen Rutmer binnen
kwam trapte hij de hele prullenbak door de kleedkamer. Dat soort
dingen zal ik straks zeker wel missen.” |
Soms put Jacob positieve energie uit
denigrerend gedrag van tegenstanders. “In de Bond speelden we een
keer in de finale tegen Witmarsum. De tegenstanders zeiden wat
meewarig ‘Wat voor mannetjes zijn dit’. Ze gingen daarna met de
staart tussen de benen het veld af. De hele partij hebben ze maar acht
punten gemaakt. Ze verloren met 5-1 en 6-0. Mooi is dat.”
Als Jacob na een slechte wedstrijd of een verloren finale sikkeneurig
thuiskomt wordt hij door Petra snel tot de orde geroepen. “Die kan
daar niet over. ‘Houd nu maar op met chagrijnig te zijn’ is het
dan.”
Super
Terugziend op zijn carrière komt Jacob maar tot één conclusie:
“Het is super geweest. Ik heb alle mooie dingen meegemaakt.” Toch
stopt hij niet helemaal met kaatsen. “Ik vind het veel te mooi. Op
afdelingsniveau of seniorenpartijen zal ik nog wel eens kaatsen, maar
niet meer zo vaak. Ik heb sport ook nodig, anders word ik chagrijnig.
Maar er moet wel een bal in het spel zijn.
|